Jongenszaken

Alle zaken voor en over kleine jongens.

Ik wil niet meer naar de opvang

Zou wispelturigheid erfelijk zijn? Ik heb er zelf nogal een handje van A te roepen, B te doen en vervolgens C te voelen. Zo wil ik rust aan mijn hoofd als ik ‘s ochtends m’n bakkie pleur drink (=geen gillende jongetjes om me heen), maar ik wil tegelijkertijd ook keihard mee blèren en swingen op ‘Ik voel me sexy als ik dans’ van Nilson. (niet lachen nu)

 

Gewetenskwestie

Kleuterzoon Jip roept regelmatig: “Ik wil niet meer naar de opvang. Nooit meer!” Daarmee bedoelt hij de naschoolse opvang waar hij twee middagen naar toe gaat. Aanvankelijk vond ik dat heel erg. Ach, dacht ik dan. Mijn lieve zoontje heeft het daar niet naar zijn zin. Ik ben ook een vreselijk slechte moeder die haar kind twee keer per week uitbesteedt. Zoonlief speelde dan nog eens extra op mijn zwakke moederhart in. “Ik mis jou heel erg mama als ik daar ben. Ik wil bij jou zijn. Boehoe.” Ik moest hem dan beloven zo vroeg mogelijk te komen, zodat hij geen minuut langer op die afschuwelijke buitenschoolse opvang zou zijn dan nodig was.

Zielig vogeltje

Dat heb ik met mijn stomme kop zeggen en schrijven één keer gedaan. Nog hijgend van het programma dat ik zojuist had afgeraffeld (werk afmaken, laatste belletjes plegen, hond uitlaten, boodschappen doen, aardappeltjes alvast in de oven zetten #how organised can you be!) stormde ik bij de bso naar binnen. In bange afwachting van het zielige vogeltje dat ik aan zou treffen.

“Hé ben je er nu al mam. Ik wil nog niet mee hoor. Moet dit eerst nog doen.”

En weg was Jip. Met in zijn kielzog drie andere opdondertjes. Ze knutselden autootjes van karton die vervolgens op een racebaan verderop in het gebouw tot actie kwamen. Een zielige indruk maakte mijn zoontje allesbehalve.

Last call

“Zeg jongeman moet je eens even heel goed naar me luisteren,” begon ik mijn relaas. Maar toen hield ik me in. Juist fijn dat hij het toch naar zijn zin heeft, bedacht ik me. Nu niet meteen gaan foeteren! Geduldig liep ik met het schorem naar de racebaan en bewonderde hun creaties. Na vijf minuten –ik had ondertussen Jips jas en tas uit de berg kinderspullen geplukt- vond ik het welletjes.

“We gaan Jip.”

“Nee! Ik wil niet mee naar huis. Ik wil hier blijven!”

Wel potverdorie….grrrr.

“Jip, jij wilde dat ik je vroeg kwam ophalen. Nu moet je ook mee naar huis gaan.”

“Neehee!!!”

“Jaahaa. De andere kinderen worden ook zo opgehaald door hun papa’s en mama’s.”

“Maar ik moet dit nog even doen mam.”

Zucht.

“Laatste oproep voor Jip. Het vliegtuig naar de d’Yserinckweg gaat zo vertrekken” (ik gooide mijn vliegtuiggrap er nog even in. Wellicht werkte het.)

Niet dus.

Dan maar the hard way. (dat betekent je kind uit de kluwen koters vissen. In zijn jas wurmen en onder de arm meesleuren)

Buiten, met een tegenstribbelende en krijsende Jip aan mijn zij, riep ik hard:

“Ik wil niet meer naar de opvang. Nooit meer!”

dinsdag, 20 januari 2015 13:31