Jongenszaken

Alle zaken voor en over kleine jongens.

Wat een zeikerds

Woensdagmiddag. Vriendje Abel speelt bij ons thuis. Vriendje Sam heeft zichzelf ook uitgenodigd. Hoewel, vriendje? Ik heb mijn zoon Jip nog nooit over Sam gehoord, maar uiteraard is hij welkom. Samen met mijn twee kiddo’s zitten ze aan tafel. ‘Ik lust dit brood niet’, zeurt Sam. ‘Ik lust dit brood ook niet,’ zanikt Abel. Verbaasd kijk ik naar die twee knapen. En dan naar mijn jongens die hun waldkornboterham gewoon opeten. Sjesus, wat een irritant gedoe.

 

Richting irritatiegrens

‘Ik lust geen korstjes’, zeuren de vriendjes verder. Zucht. Ik snijd de korsten eraf, iets dat ik voor mijn kinderen nooit doe. Met lange tanden eten Abel en Sam één sneetje. ‘Wat willen jullie drinken? vraag ik. ‘Ik wil niets drinken’, zegt Sam. En ook Abel wil niets. Mijn kinders eten en drinken braaf, zoals ik ze dat geleerd heb. Als ik ergens niet tegen kan, dan zijn het wel koters die niets lusten!

Who’s the boss

‘Ik wil boven spelen,’ zegt Sam. ‘Als ik Faber zo in bed leg, gaan jullie maar even mee naar boven, ’ zeg ik. ‘Nee, ik wil NU boven spelen,’ dramt Sam. Hij gaat nog net niet stampvoeten. Mijn haren staan recht overeind. Behalve aan kinderen die niets lusten, heb ik ook een hekel aan kinderen die geen manieren hebben. IK WIL, dat ken ik niet, roep ik altijd. Met mijn vriendelijkste stem zeg ik: ‘Sam, ik ben hier de baas, dus jij hebt niets te willen.’ De boodschap komt over, hij houdt zich even gedeisd. En ze gaan verven. ‘Ik wil die blauwe,’ roept Sam.

Moddersoep

Even later. ‘Ik wil buiten spelen,’ zegt Sam. ‘Wij ook,’ roepen Abel en Jip. Het grut gaat de tuin in. De tafel besmeurd met klodders verf achterlatend. Vanachter mijn bureau houd ik ietwat angstvallig een oogje in het zeil. O jee nu lopen ze het pad achter in de tuin in waar Jip van mij nooit mag komen. Ze slepen een ton met modder het gazon op. Jip bonst op de schuifpui. ‘Mam, mag ik een grotemensenlepel? We willen soep maken.’ Enthousiast zie ik ze roeren in de brei dennenappels, takjes en modder. So far so good.

Nog een half uur

‘Ik wil wat eten,’ zegt Sam. ‘Dan heb je pech gehad. Wij eten hier gewoon boterhammen tijdens de lunch zodat we niet na een half uur weer moeten eten,’ zeg ik lichtelijk geïrriteerd. ‘Ik wil een koekje,’ zeurt hij verder. Ik begin nu echt genoeg te krijgen van die Sam. Tot mijn opluchting zie ik met een blik op de klok dat hij over een half uur opgehaald wordt. ‘Willen jullie Planes kijken?’ Dat willen ze wel. Ik geef ze rozijntjes. Abel: ‘Die lust ik niet.’ En ik geef ze toch maar een sapje. Sam: ‘Ik drink niet uit een roze beker.’ Ik negeer de opmerkingen en laat de paarse (!) beker op tafel staan. #STELLETJE ZEIKERDS!!!

woensdag, 04 februari 2015 15:19